Lamersprojekt & interieur

Gordijnen op maat kiezen: de complete gids voor stof, plooi en rail

Een grondige keuzegids voor gordijnen op maat: van stof en transparantie tot plooisoort, voering en rail. Alles wat u weten moet voordat u laat inmeten.

Ruime villa-woonkamer met gordijnen op maat langs een grote raampartij

Gordijnen bepalen de sfeer van een ruimte meer dan bijna elk ander interieurelement: ze filteren het licht, dempen het geluid en geven een raampartij zijn uiteindelijke vorm. Wie gordijnen op maat overweegt, staat voor een reeks keuzes - stof, transparantie, plooi, voering en ophangsysteem - die elkaar allemaal beïnvloeden. Deze gids loopt die keuzes rustig met u door, zodat u met een helder beeld naar de showroom of het inmeten komt.

Waarom maatwerk en niet confectie

Kant-en-klare confectiegordijnen worden gemaakt in vaste standaardmaten, doorgaans een baanbreedte van 140 of 145 centimeter, in een beperkte selectie stoffen en plooien. Voor een gemiddeld raam is dat soms toereikend. Maar zodra u te maken heeft met een brede raampartij, een schuifpui, een erker, een vide of een schuin kozijn, loopt confectie tegen zijn grenzen aan: de gordijnen moeten worden ingekort, ze vallen niet tot op de gewenste hoogte, of de naden komen op een ongelukkige plek te zitten.

Bij gordijnen op maat wordt elke baan tot op de millimeter op uw raam geconfectioneerd. Dat levert een paar concrete voordelen op:

  • Een perfecte val. De onderkant hangt precies waar u hem wilt - zwevend net boven de vloer, tot op de grond, of licht "plassend" (pooling) voor een klassiek effect.
  • Vrije keuze uit stof, plooi en afwerking. In plaats van een handvol opties heeft u de beschikking over honderden stoffen en alle plooisoorten.
  • Oplossingen voor niet-standaard situaties. Plafondhoog, om de hoek doorlopend, langs een schuine wand - het atelier maakt wat het raam vraagt.

Confectie is goedkoper, dat klopt. Maar de meerprijs van maatwerk vertaalt zich rechtstreeks in pasvorm, materiaalkeuze en levensduur. Voor een villa of woonhuis waar de gordijnen jaren mee moeten, is dat doorgaans de bepalende afweging.

De stof: natuurlijk of synthetisch

De stofkeuze bepaalt hoe uw gordijn valt, hoe het oud wordt en hoeveel onderhoud het vraagt. De eerste scheidslijn loopt tussen natuurlijke en synthetische vezels.

Natuurlijke vezels - linnen, katoen, wol en zijde - hebben een rijke, ademende uitstraling met een karakteristieke, iets levendige structuur. Ontwerpers kiezen ze graag in een villa juist om die valling en dat matte, natuurlijke oppervlak. De keerzijde: natuurlijke vezels zijn gevoeliger voor krimp, kreuk en verkleuring, en ze reageren op de luchtvochtigheid (bij droge lucht trekken ze wat op, bij vochtige lucht rekken ze wat uit).

Synthetische vezels - vooral polyester - zijn vormstabiel, kleurvast en eenvoudig in onderhoud. Een bijzondere plaats neemt Trevira CS in: een van nature brandvertragende (IFR, inherently flame retardant) polyester waarbij de brandvertraging in de vezel zelf zit en dus niet uitwast. In de contractmarkt - hotels, restaurants - is dat vaak een vereiste. Veel moderne stoffen zijn overigens mengsels die de voordelen combineren: de uitstraling van een natuurlijke vezel met de stabiliteit van een synthetische.

Naast de vezel spelen gewicht en val een rol. Zware stoffen zoals velours of dichte linnenmengsels vallen prachtig in een volle plooi; lichte, soepele stoffen lenen zich juist beter voor een strakke golfval. Dat brengt ons bij twee keuzes die nauw samenhangen: de mate van transparantie en de plooi.

Transparantie: van vitrage tot blackout

Hoeveel licht wilt u binnenlaten, en hoeveel privacy heeft u nodig? De gangbare niveaus, van meest naar minst lichtdoorlatend:

  • Vitrage of voile - zeer transparant en licht; laat veel daglicht door maar biedt overdag weinig privacy. Ideaal als lichtfilter, vaak in combinatie met een overgordijn.
  • Inbetween - halftransparant, dichter geweven dan vitrage. De naam zegt het al: qua dichtheid zit dit ertussenin. Meer privacy, en nog altijd daglicht.
  • Overgordijn - een dekkende sierstof die de ruimte kleedt, licht dempt en 's avonds privacy geeft.
  • Dimout - verduistert de ruimte grotendeels, grofweg tachtig tot vijfennegentig procent afhankelijk van kleur en weefdichtheid, maar niet volledig. Aangenaam soepel, valt mooi in de plooi.
  • Blackout - nagenoeg honderd procent lichtdicht, meestal dankzij een coating aan de achterzijde.

Een veelgemaakt misverstand is dat blackout altijd de beste keuze is voor een slaapkamer. Blackout-stof is doorgaans wat stugger en valt minder fraai dan dimout. Daarom passen veel ateliers, ons atelier inbegrepen, een blackout-voering toe achter een mooie decoratieve stof: dan hebt u én de lichtdichtheid én de fraaie val. Houd er wel rekening mee dat volledige duisternis ook overmaat en eventueel zijgeleiding vraagt, want licht lekt altijd langs de randen naar binnen. Meer over de mogelijkheden leest u op onze pagina over gordijnen; voor lichte, filterende oplossingen zie vitrages.

De plooi: het karakter van uw gordijn

De plooi bepaalt het volume en de uitstraling van het gordijn - strak-modern of rijk-klassiek - en beïnvloedt via de oprekfactor ook hoeveel stof er nodig is en dus mede de prijs. Hier zijn de gangbare Nederlandse plooisoorten.

Enkele plooi

De kop wordt één keer gevouwen. Het resultaat is strak en modern, met een luchtige, ingetogen val. De oprekfactor ligt rond de anderhalf tot twee keer de railbreedte. Geschikt voor wie een rustig, eigentijds beeld wil zonder veel volume.

Dubbele plooi (vlinderplooi)

Twee samengeknepen plooien per kop geven een voller, eleganter gordijn met een klassiek-luxe uitstraling. Deze plooi, ook wel vlinderplooi genoemd, is een van de meest gekozen voor woonhuis en villa. De oprekfactor ligt rond de twee tot tweeënhalf keer de breedte.

Driedubbele plooi (triple plooi)

Drie plooien per kop leveren maximaal volume en een rijke, klassieke val. Deze plooi vraagt het meeste stof - grofweg tweeënhalf tot drie keer de breedte, soms meer - en komt het best tot zijn recht bij hogere ramen en ruimtes met allure.

Wave- of golfplooi

De wave- of golfplooi vormt een egale, doorlopende S-golf: strak, modern en zeer geliefd in eigentijdse interieurs. Belangrijk om te weten: de waveplooi kan uitsluitend aan een rail, nooit aan een roede. De golf ontstaat doordat een speciale waveband gekoppeld is aan glijders op een vaste afstand in de rail; een ronde roede met ringen kan die vorm niet maken. Wave vraagt bovendien een stof die egaal doorloopt zonder te "kolommen" - soepele stoffen lenen zich hier beter voor dan erg stugge of dikke.

Platte plooi en ringen of lussen

Een platte plooi heeft een vlakke, ongeplooide kop: minimalistisch en strak. Ophanging met ringen of stoffen lussen aan een zichtbare roede geeft juist een informeel, landelijk karakter.

Welke plooi past, hangt niet alleen van uw smaak af maar ook van de stof en het railtype. Zware stoffen komen tot hun recht in een dubbele of driedubbele plooi; soepele stoffen in wave. Het atelier weegt gewicht, valgedrag, gewenste uitstraling en het ophangsysteem tegen elkaar af.

Voering en verduistering

Een voering - een extra stoflaag aan de achterzijde - doet meer dan u wellicht vermoedt. Ze:

  • isoleert, doordat de luchtlaag tussen stof en raam de warmteoverdracht remt (minder warmteverlies in de winter, minder hitte-instraling in de zomer);
  • dempt geluid, samen met de massa en de plooien van het gordijn zelf;
  • weert licht, tot en met volledige verduistering met een blackout-voering;
  • beschermt de sierstof tegen UV-straling en verkleuring, wat de levensduur verlengt.

Voor extra comfort bestaat er ook een zwaardere tussenvoering (interlining of "domette"), die tussen de sierstof en de voering wordt aangebracht. Dat geeft een voller, rijker gordijn met nog betere isolerende en geluiddempende eigenschappen - een aanpak die u vaak terugziet in klassieke, hoogwaardige interieurs. Wilt u volledige verduistering in de slaapkamer combineren met een mooie stof, dan is een blackout-voering achter een dimout- of overgordijnstof doorgaans de beste oplossing.

Roede of rail - en de vraag van elektrisch

Het ophangsysteem is deels een esthetische en deels een functionele keuze.

Een roede is een zichtbare, ronde stang waar het gordijn met ringen omheen hangt. Decoratief, vaak op de wand gemonteerd, met een landelijk of klassiek karakter. De roede is zelf onderdeel van het beeld.

Een rail is een discreet aluminium of kunststof profiel met inwendige glijders. Subtiel, vaak tegen het plafond gemonteerd, en vooral: soepeler en stiller in gebruik. Voor zware gordijnstoffen en grote raampartijen geeft een rail een lichtere, geruislozere loop. En zoals gezegd zijn wave-plooi én gemotoriseerde bediening alleen op een rail mogelijk.

Elektrisch en gemotoriseerd

Gemotoriseerde gordijnen zijn tegenwoordig alleen op rails te realiseren. Ze zijn vooral aan te raden bij:

  • grote of zware banen die met de hand moeizaam of ongelijkmatig sluiten;
  • hoge of slecht bereikbare ramen;
  • schuifpuien en plafondhoge raampartijen;
  • integratie in domotica of een smart-home-systeem, met bediening op tijdschema, op afstand of via spraak.

Een motor trekt lange, zware gordijnen moeiteloos en gelijkmatig, en voorkomt slijtage aan de bovenkant doordat er niet meer aan de stof wordt getrokken. Er bestaan overigens ook systemen die als roede zijn vormgegeven maar in feite een railmotor bevatten - het beste van beide werelden voor wie het decoratieve beeld van een roede wil met de soepelheid van een rail.

Wat gordijnen functioneel voor u doen

Naast de sfeer leveren goed gekozen gordijnen concrete prestaties:

  • Lichtregeling - van filterend daglicht met vitrage tot volledige duisternis met een blackout-voering.
  • Privacy - overdag en 's avonds, afhankelijk van de gekozen transparantie.
  • Isolatie - een gevoerd gordijn remt warmteverlies in de winter en hitte in de zomer, wat het comfort en de energierekening ten goede komt.
  • Akoestiek - dikke, geplooide en gevoerde gordijnen breken en absorberen geluidsgolven. Meer plooi en meer massa betekent meer demping; in ruimtes met veel glas en harde vloeren maakt dat een hoorbaar verschil.

Onderhoud per stofsoort

Gordijnen gaan jaren mee, mits u ze op de juiste manier behandelt. De belangrijkste vuistregels:

  • Linnen en katoen kunnen krimpen - soms drie tot vijf procent - en kunnen het beste worden gestoomd of professioneel gereinigd in plaats van in de wasmachine. Ze reageren op de luchtvochtigheid, dus lichte lengteverschillen tussen seizoenen zijn normaal.
  • Velours en wol wast u niet zelf nat. Stofzuig velours op een lage stand met een zachte borstel en laat het verder professioneel reinigen.
  • Synthetische stoffen (polyester) zijn kleurvaster, vormstabieler en over het algemeen het eenvoudigst in onderhoud.
  • Blackout met coating mag u niet vouwen of scherp kreuken; de coating kan daardoor beschadigen.

De belangrijkste algemene tip: stofzuig uw gordijnen regelmatig met een zachte borstel op lage zuigkracht. Dat houdt stof en vuil uit de vezels en verlengt de levensduur aanzienlijk. Vraag bij aankoop altijd naar het onderhoudsadvies dat bij uw specifieke stof hoort.

De bewijslast achter vakmanschap: normen

Voor een woonhuis spelen brandnormen doorgaans geen formele rol, maar ze zeggen wel iets over de kennis van een atelier. In openbare ruimtes - hotels, restaurants, theaters, ziekenhuizen - zijn brandvertragende gordijnen wettelijk verplicht. De Europese norm NEN-EN 13773 classificeert het brandgedrag van hangend textiel in klassen 1 (best) tot en met 5; in veel publieke ruimtes is klasse 1 de eis. Voor gestoffeerd meubilair gelden aanvullend EN 1021-1 (smeulende sigaret) en EN 1021-2 (kleine vlam). En op cruiseschepen komt daar de internationale IMO FTP Code bij.

Ook zonder verplichting zijn andere normen nuttig om te kennen. De Martindale-test (EN ISO 12947) drukt de slijtvastheid van meubelstof uit in schuurtoeren - hoger is duurzamer, met ruwweg 25.000 toeren voor normaal huishoudelijk gebruik en 40.000 of meer voor intensief gebruik. En de lichtechtheid (ISO 105-B02, beoordeeld op de blauwe-wolschaal van 1 tot 8) geeft aan hoe goed een stof zijn kleur behoudt in de zon - voor gordijnstof aan een zonzijde is een 5 of 6 wenselijk. Deze contractkennis passen wij dagelijks toe in projecten als het Apollo Hotel Amsterdam en aan boord van cruiseschepen, en diezelfde zorgvuldigheid komt terug in elk particulier interieur.

Inmeten en de rol van het atelier

Het beste materiaal en de mooiste plooi komen pas tot hun recht als het gordijn exact klopt. Daarom is inmeten aan huis bepalend voor het eindresultaat.

Bij het inmeten wordt de breedte van de rail of roede genomen inclusief het gewenste overstek naast het raam (vaak zo'n twintig centimeter per zijde, zodat het gordijn open volledig van het glas af kan). De hoogte wordt op meerdere punten gemeten - links, midden en rechts - omdat vloeren en plafonds zelden waterpas zijn; het atelier houdt de juiste maat aan om een scheve onderkant te voorkomen. Verder komen aan de orde: de railpositie, de valhoogte (tot op de vloer, zwevend of plassend), de plooi, de oprekfactor en de aansluiting op verwarming, vensterbanken en kozijnen.

Een belangrijk voordeel van maatwerk via een atelier: het meetrisico ligt bij het atelier, niet bij u. Wie zelf confectie ophangt en misrekent, zit met het probleem; bij professioneel inmeten is dat de verantwoordelijkheid van de vakman.

Lamers Projekt & Interieur is een familie-atelier in Lichtenvoorde met ruim vijftig jaar ervaring, en een tweede showroom in het Spaanse Xàbia. Wij maken gordijnen, vitrages, blinds en vouwgordijnen en houten jaloezieën, en verzorgen daarnaast meubelstoffering, sierkussens, bedlopers en vloerkleden tot complete projectinrichting. Onder onze slogan "Waar stof vorm krijgt" adviseren wij over stof, plooi en rail, meten wij bij u thuis in en confectioneren wij alles in eigen atelier. Een overzicht van al onze specialiteiten en projecten vindt u op de site.

Overweegt u gordijnen op maat en wilt u de mogelijkheden rustig doornemen? U bent van harte welkom in de showroom, of neem contact met ons op voor een afspraak om bij u thuis in te meten. We denken graag met u mee - van eerste stofstaal tot de laatste plooi.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen gordijnen op maat en confectiegordijnen?

Confectiegordijnen komen in vaste standaardmaten (vaak 140 of 145 cm baanbreedte) met een beperkte keuze aan stof en plooi. Gordijnen op maat worden exact op uw raam geconfectioneerd, met vrije keuze uit honderden stoffen, alle plooisoorten en een perfecte val tot op de millimeter. Vooral bij brede, hoge of niet-standaard ramen zoals erkers en schuifpuien is maatwerk de enige goede oplossing.

Welke plooi kies ik voor mijn gordijnen?

Een enkele of platte plooi past bij een strak, modern interieur; de dubbele plooi (vlinderplooi) geeft een voller, klassiek-elegant beeld en is een veelgekozen middenweg; de driedubbele plooi geeft maximaal volume voor een rijke, klassieke uitstraling. De wave-plooi vormt een egale, moderne golf maar kan alleen aan een rail. De keuze hangt ook af van het stofgewicht en het ophangsysteem, dus laat u bij twijfel adviseren.

Wat is het verschil tussen dimout en blackout gordijnen?

Dimout verduistert de ruimte grotendeels, maar niet volledig, en valt doorgaans soepeler en mooier. Blackout is nagenoeg 100 procent lichtdicht, meestal dankzij een coating, maar is wat stugger. Voor volledige duisternis in de slaapkamer is een blackout-voering achter een mooie sierstof vaak de beste combinatie; houd er rekening mee dat licht altijd langs de randen lekt, dus overmaat is nodig.

Heb ik een rail nodig voor een waveplooi?

Ja. De wave- of golfplooi ontstaat door een speciale waveband die aan glijders op een vaste afstand in een rail is gekoppeld. Aan een ronde roede met ringen is die egale S-golf niet te vormen, dus een waveplooi kan uitsluitend aan een rail. Datzelfde geldt overigens voor gemotoriseerde, elektrische bediening.

Isoleren gordijnen tegen kou en warmte, en helpen ze tegen geluid?

Ja. Een gevoerd gordijn creëert een luchtlaag tussen stof en raam die de warmteoverdracht remt: minder warmteverlies in de winter, minder hitte-instraling in de zomer. Dikke, geplooide en gevoerde gordijnen breken en absorberen bovendien geluidsgolven; meer plooi en meer massa betekent meer demping. In ruimtes met veel glas en harde vloeren is dat effect duidelijk hoorbaar.

Hoe onderhoud ik gordijnen van linnen, katoen of velours?

Linnen en katoen kunnen krimpen (tot ongeveer 3 tot 5 procent) en kunt u het beste laten stomen of professioneel reinigen in plaats van in de wasmachine. Velours en wol wast u niet zelf nat: velours stofzuigt u op lage stand met een zachte borstel en reinigt u verder professioneel. Synthetische stoffen zijn kleurvaster en eenvoudiger in onderhoud. Blackout met coating mag u niet scherp vouwen, en regelmatig voorzichtig stofzuigen verlengt de levensduur van elke stof.

Persoonlijk advies

Benieuwd wat wij voor uw interieur of project kunnen betekenen? Kom langs in de showroom of neem vrijblijvend contact op.

Neem contact op

06 - 2180 4450info@lamersinterieur.nl

Verder lezen